| |
 |
 Verenigde Staten - Phoenix
Reis/Verenigde Staten | Verenigde Staten
|
26 Augustus 2007 | 01:09:26
 |
30-07-2007
Maandagochtend checkte ik iets voor 04:00 uur uit, waarna ik een taxi nam die me van Hostal Turistico Eiffel naar het vliegveld zou brengen. Om 06:35 uur zou ik van daaraf namelijk naar Phoenix vliegen via Miami en Dallas. Eenmaal aangekomen op het vliegveld keek ik eerst aan welke balie ik in kon checken. Het enige dat achter mijn vluchtnummer stond was echter 'cancelled'. Dit leidde bij mij al tot het bange vermoeden dat mijn reis naar Phoenix die dag wel eens niet door zou kunnen gaan. Nadat ik de balie van American Airlines had opgezocht, die deze vlucht eigenlijk zou uitvoeren, werd mijn vermoeden inderdaad bevestigd. Het vliegtuig dat om 04:25 uur had moeten aankomen in Lima vanuit Miami, en dat vervolgens dezelfde route terug zou vliegen, had Miami namelijk nooit verlaten. De reden was volgens American Airlines dat er in Miami geen crew beschikbaar was geweest voor deze vlucht.
Het gevolg voor ons, de passagiers, was dus dat al onze vluchten omgeboekt moesten worden. Dit bleek nog niet zo eenvoudig en nam dan ook behoorlijk wat tijd in beslag. In totaal moest ik vier uur in de rij staan voor ik eindelijk aan de beurt was. Na het nodige uitzoekwerk en de nodige telefoontjes konden mijn vluchten voor die dag gelukkig allemaal verzet worden naar de volgende dag. De vluchttijden zouden verder hetzelfde blijven. Dit betekende dus dat er de volgende ochtend weer vroeg opgestaan zou moeten worden, maar gelukkig vergoedde American Airlines ook mijn verblijf in het hotel naast het vliegveld, dus dat scheelde alweer. Een paar uur eerder was een luchthavenmedewerker mij al komen vertellen dat ik beter kon vertrekken, omdat het veels te lang zou duren voor er iets voor mij geregeld zou kunnen worden. Ik was in ieder geval blij dat ik rustig in de rij was blijven wachten. Nu wist ik in ieder geval waar ik aan toe was.
Het hotel waarin ik die nacht op kosten van American Airlines mocht verblijven bevond zich tegenover de terminal, aan de andere kant van de straat. Nadat ik mijn vluchten had laten verzetten begaf ik mij dus naar dit hotel om in te checken. Het hotel heette Costa del Sol Ramada Airport Hotel en bleek een nieuw vier sterren hotel te zijn dat in juni haar deuren had geopend. De kamer die ik kreeg toegewezen bleek dan ook de mooiste kamer te zijn waar ik gedurende mijn reis in zou slapen. In de kamer hing een speakertje waar rustgevende muziek uit kwam en waarvan het volume was te regelen met een draaiknopje aan de muur tussen de twee bedden in, zodat ik in alle rust bij kon komen van het lange wachten op het vliegveld. Het gepruts met verloopstekkertjes om je elektronische apparatuur aan te sluiten op het lichtnet was hier niet nodig, daar men eenvoudig weg voor elk soort stekker en voor elk voltage diverse aparte stopcontacten op de kamer had aangelegd. De lederen bekleding van de bedden matchte bovendien keurig met het leer van de stoelen en er hing hier ook een telefoon naast het bad, zodat je je champagne tenminste gewoon vanuit bad kon bestellen. Al met al kon ik het daar, met de faciliteiten van de luchthaven in de buurt, de rest van de dag prima volhouden..
De volgende ochtend om 04:30 uur stond ik weer op de luchthaven om in te checken aan de balie van American Airlines. Dit keer bleken er gelukkig geen problemen te zijn, zodat ik mij zo`n twee uur later dan toch eindelijk echt in het vliegtuig naar Miami bevond. Vervolgens stegen we op en verliet ik het mooie Peru alweer. Mijn verblijf in Peru had maar een klein weekje geduurd, maar was me niettemin erg goed bevallen. Ik vond het een mooi land, waar ik altijd lekker had gegeten en met vriendelijke mensen, met over het algemeen het hart op de tong. Wellicht dat dit laatste ook een beetje te danken was aan het soms toch vrij harde bestaan in Peru, waardoor men gewend was voor zichzelf op te komen, te zeggen wat men dacht en wat men wilde zonder er omheen te draaien en men dus ook meer van het aanpakken was dan van het flauwekullen. Hoe dan ook, de mensen die ik ontmoette in Peru waren altijd bijzonder vriendelijk!
Met de vlucht van Lima naar Miami zou ik bovendien niet alleen Peru verlaten, maar ook het laatste land van mijn reis rond de wereld aan doen. Eigenlijk hadden er nog twee weekjes relaxen op het eiland Dominica op het programma gestaan, na mijn bezoek aan de Verenigde Staten, maar dat zou uiteindelijk toch niet door gegaan. De vlucht van Dominica terug naar Amsterdam had ik namelijk eigenlijk op 22 augustus gepland, maar dit bleek helaas niet meer te realiseren te zijn, daar augustus een van de drukste maanden is voor de luchtvaart en alle vluchten in die maand al waren volgeboekt, waardoor ik niet eerder had terug kunnen vliegen dan 5 september. Dit zou dus bijna een halve maand later zijn geweest dan ik eigenlijk had gepland. Niet alleen zou ik dan een maand op het kleine eiland hebben moeten blijven zitten en minder tijd over hebben gehouden voor de dingen die ik thuis nog moest regelen, ook zou het een stuk meer geld zijn gaan kosten dan gepland. Uiteindelijk heb ik toen dus maar besloten de twee weekjes relaxen op Dominica te veranderen in twee weekjes relaxen thuis. Dit hield dus in dat na mijn bezoek aan de Verenigde Staten de reis er alweer op zou zitten en ik 11 augustus terug zou vliegen naar Nederland..
Na een rustige vlucht kwam ik omstreeks 13:10 uur aan op de luchthaven van Miami. Na daar onder het toeziend oog van George Bush, van wie er een grote foto aan de muur hing, de douane te zijn gepasseerd, had ik nog even de tijd wat winkeltjes te bekijken op de luchthaven en kon ik ook mooi nog even ergens lunchen. Om 16:35 uur vloog ik vanaf Miami verder naar Dallas. Ook dit zou verder een rustige vlucht zijn geweest, ware het niet dat de gast die naast mij zat blijkbaar de onbevredigbare behoefte scheen te voelen mij in geuren en kleuren over zijn gehele leven te vertellen.. Zo vertelde hij mij over zijn geboorteplaats, over hoe hij zijn vrouw had leren kennen, over waarom hij verhuist was naar Dallas, over zijn carrière en over hoe hij elk jaar met pijl en boog 'Elk' (ook wel wapiti genoemd, een hertensoort, net een maatje kleiner als de eland) ging jagen in Arizona. Hij vond zijn verhaal in ieder geval duidelijk een stuk interessanter dan ik..
Rond 18:15 uur kwamen we tenslotte aan in Dallas, een kwartier eerder dan gepland. Helaas bleek er in Dallas geen gate beschikbaar te zijn, zodat we vervolgens nog drie kwartier moesten wachten tot er eentje beschikbaar kwam en dus uiteindelijk toch nog een half uur vertraging opliepen. Op het vliegveld bleek vervolgens echter dat mijn aansluitende vlucht naar Phoenix ook drie kwartier vertraging had opgelopen, zodat ik nog mooi even de tijd had ergens te dineren en een Lonely Planet van de Verenigde Staten op de kop te tikken. Om 20:30 uur vloog ik uiteindelijk verder naar Phoenix. Ook deze vlucht werd, net als mijn twee voorgaande vluchten verzorgd door American Airlines.
De purser tijdens deze vlucht gaf echter wel een heel eigen invulling aan de gebruikelijke vluchtprocedures. Zo werd ons als volgt uitgelegd waarom het vliegtuig nog aan de gate stond:
"We're almost leaving, everybody is on board, all passengers and the entire cabin-crew. We're only missing our captain, who as a matter of fact is rather important."
Na het arriveren van de cockpit-crew volgde de veiligheidsinstructies:
"For those who never flew or drove a car in the past 50 years, our stewardesses will now demonstrate the working of your seatbelt."
"In the unlikely event that this over-land flight would turn into a cruise, you can find a live-jacket under your seat."
"When the air-pressure in the cabin falls away, oxygen masks will come down from the ceiling, wich you can strap around your head with this elastic band once you stopped screaming."
"Smoking is prohibited at this American Airlines flight, as well in the cabine, as in the lavatory. Those who are caught smoking in the lavatory will be set out of the plane imediately."
"Electronical devices and mobile phones should be switched off during the flight. So for those who are still using their mobile phone, please say after me: "Bye, bye, darling, I love you and I get back to you as soon as I arrive in Phoenix.""
Na het opstijgen deelde hij ons het volgende mede:
"You can now use the electronical devices that are listed in your instruction leaflet. When opening the locker above your seats, please be careful, as your goods might have shifted during take-off. 'Cause as you know, 'shifts happen'. I will now dim the cabin-light a little to enhance the look of our stewardesses and to reduce the shining of my bold head. And for those of you who were wondering; No, I'm no family of Britney Spears."
Na een verder rustige vlucht van een kleine 2 en half uur, kwam ik, daar we ook twee maal een tijdsgrens waren gepasseerd, iets na 21:00 uur aan op Phoenix. Eenmaal aangekomen begaf ik mij eerst naar de balie van American Airlines. Hier wilde ik namelijk mijn vliegtickets naar Dominica omwisselen voor tickets van Las Vegas naar Amsterdam. Volgens mijn reisbureau in Nederland hadden ze mijn route en tickets al aangepast in het systeem en hoefde men de nieuwe tickets bij American Airlines alleen nog maar even uit te printen. Op het vliegveld in Miami had ik dit al getracht te regelen, maar daar had men er zo moeilijk over gedaan (zij zeiden mijn tickets niet te kunnen omwisselen, omdat men in Lima mijn tickets naar Phoenix in een verkeerde categorie had geboekt?!), dat ik uiteindelijk, zonder dat mijn tickets om waren gewisseld, had moet rennen om mijn vlucht naar Dallas nog te halen. Nu ik eenmaal was aangekomen in Phoenix dacht ik genoeg tijd te hebben voor een nieuwe poging, maar hier bleek de balie van American Airlines al te zijn gesloten. Het hoofdkantoor van American Airlines had ik in Miami al gebeld, maar ook dit was op niets uit gelopen. Er zat dus niets anders op dan een hotel in de buurt van het vliegveld te nemen en de volgende dag terug te komen.
Na tot deze conclusie te zijn gekomen, begaf ik mij naar de bagageband om mijn backpack op te halen. Het ongeluk (dat American Airlines heet) bleek mij echter nog steeds te achtervolgen, want mijn backpack bleek niet op de lopende band te zijn gelost. Bij het bagage-kantoortje van American Airlines bleek men verder van niets te weten en vertelde men mij dat niet meegekomen bagage normaal gesproken een paar vluchten later alsnog arriveerde. Na diverse vluchten te hebben afgewacht, zonder dat mijn backpack was meegekomen, besloot ik laat op de avond dan maar mijn intrek te nemen in het Days Inn, het dichtst bij de luchthaven gelegen hotel. Tijdens de rit naar het hotel bleek het in Phoenix een stuk warmer te zijn als in Peru. Eigenlijk ook wel logisch daar het in Peru nog winter was geweest en het in de Verenigde Staten al zomer was. Bovendien lag Phoenix in een behoorlijk woestijnachtige omgeving. Op de televisie in mijn hotel zag ik echter dat het niet alleen in Phoenix erg heet was, ook in New York bleken al drie mensen aan de hitte te zijn bezweken.
De daarop volgende dag bleek nog steeds elk spoor van mijn backpack te ontbreken en ook mijn tickets zei men niet te kunnen omwisselen, daar deze via een andere luchtvaartmaatschappij waren geboekt. Ik bleek dus min of meer te zijn gestrand in Phoenix en alles wat het afgelopen jaar tot mijn thuis was geworden leek ik ook kwijt te zijn geraakt. Echte backpackersfaciliteiten bleek men ook niet te kennen in de Verenigde Staten, zo was er nergens een internetcafé in de buurt te bekennen en de hotelkosten waren bijna 10 keer zo hoog als de prijs die ik het afgelopen jaar in menig ander hotel voor een kamer had betaald.
In de daarop volgende dagen wist ik na contact te hebben gelegd met mijn reisbureau in Nederland en vele uren aan de balie van American Airlines te hebben doorgebracht uiteindelijk toch mijn tickets om te wisselen. Mijn backpack bleef echter spoorloos, zodat ik dagenlang heen en weer werd geslingerd tussen hoop ("Don't worry it should be somewhere, it's not uncommon that people recover their backs after more than three days. I'm sure you'll get it back.") en wanhoop ("Ai, that doesn't look good at all. I don't think you will see your bag back anymore, but you have the right to claim some money from American Airlines.").
Na bijna een week op de luchthaven van Phoenix te hebben gespendeerd, zonder dat dit iets had opgeleverd, leek de enige overgebleven mogelijkheid die ik nog had, om terug te vliegen naar Miami. Ik had in Phoenix namelijk te horen gekregen dat ik mijn backpack in Miami van de lopende band af had moeten halen, om hem zelf door de douane mee te nemen. Dit bleek de standaard procedure te zijn wanneer men de Verenigde Staten binnen komt. In Lima had men mij op mijn vragen echter geantwoord dat mijn bagage helemaal zou worden doorgelabeld naar Phoenix, zonder dat ik deze tussentijds nog op zou moeten pikken. Ook op mijn 'bag-tag' stond dat mijn bagage was doorgelabeld naar Phoenix en in Miami had men mij evenmin naar enige bagage gevraagd.
Hoe dan ook de meest waarschijnlijke optie was dat mijn backpack in Miami was achtergebleven. En hoewel men vanuit het bagage-kantoor van American Airlines in Miami al diverse malen had laten weten geen tas te hebben die aan de omschrijving van mijn backpack voldeed, besloot ik er ten einde raad toch zelf maar eens een kijkje te nemen. Hiertoe vloog ik op dinsdag 7 augustus om 09:05 uur weer terug naar Miami, met wederom een tussenstop in Dallas. Natuurlijk checkte ik tijdens mijn tussenstop in Dallas ook nog de diverse bagage-kantoortjes van American Airlines aldaar, maar tevergeefs. Om 19:35 uur arriveerde ik uiteindelijk in Miami, waar ik mij natuurlijk direct naar het bagage-kantoor van American Airlines spoedde. En wie schetst mijn verbazing toen bij het binnenlopen van genoemd kantoor mijn backpack midden in de opslagruimte stond.. Blijkbaar had men mijn dringende oproepen vanuit Phoenix weinig serieus genomen en niet of nauwelijks naar mijn backpack gezocht tussen de diverse tassen. De beschermhoes die om mijn backpack had gezeten was weliswaar verdwenen, en ook de inhoud was dermate overhoop gehaald, dat aan te nemen was dat hij was doorzocht door de douane, waarbij de 'bag-tag' waarschijnlijk zoek was geraakt. Veel moeite om mijn naam- en adresgegevens te achterhalen had men in het kantoor van American Airlines echter ook niet gedaan, daar men anders waarschijnlijk wel op mijn rijbewijs was gestuit dat nog in mijn backpack zat.
Al met al was ik in ieder geval ontzettend blij dat ik mijn backpack weer terug had. Later die avond nam ik uiteindelijk mijn intrek in een van de Days Inn vestigingen in Miami.
De volgende dag bracht ik door in Miami, waar het me opviel dat er enorm veel Cubanen rond liepen. Diverse mensen die ik aansprak bleken zelfs alleen Spaans te spreken. Ook op televisie waren meerdere Spaanstalige kanalen te vinden en op veel informatieborden stond de informatie zowel in het Spaans als in het Engels.
De sfeer vond ik niet overal even geweldig in Miami. Bovendien liepen er in de buurt waarin mijn hotel zich bevond redelijk wat onguur uitziende types rond en de deur van mijn kamer sloot niet meer zo goed als gevolg van eerder open breken.
De prijzen in Miami waren al net zo min backpacker gericht als in Phoenix. Internetten in mijn hotel kostte 25 dollar per uur (4 dollar starttarief en daarna 0,35 dollar per minuut) en goedkoop vervoer was nauwelijks te vinden. Ferraris en Aston Martins huren bleek daarentegen geen enkel probleem.
Donderdag 9 augustus vloog ik weer terug naar Phoenix. Ik had eigenlijk al een dag eerder terug willen vliegen, maar het was goedkoper gebleken om pas donderdag terug te vliegen. Zodoende arriveerde ik die donderdag om 05:15 uur op de luchthaven van Miami. Ook hier vond ik de mensen niet bepaald vriendelijk. Het was ook voor het eerst tijdens mijn reis dat men op de luchthaven moeilijk deed over het gewicht van mijn backpack.
Nadat ik mezelf per computer had ingecheckt en mijn bagage eigenhandig op een karretje had geladen, vloog ik om 07:30 uur weer terug naar Phoenix, waar ik omstreeks 11:50 uur arriveerde. 's Avonds sliep ik voor de laatste maal in het Days Inn hotel in Phoenix.
Vrijdagochtend was het alweer de hoogste tijd om naar Las Vegas te vetrekken, van waaruit ik de volgende dag alweer terug zou reizen naar Nederland. Derhalve vertrok ik om 07:10 uur vanaf het Greyhound busstation in Phoenix richting Las Vegas. Onderweg passeerde we de Grand Canyon op een afstand van slechts 1 mijl, helaas was er geen tijd meer deze ook echt aan te doen.
Om 16:20 uur arriveerden we uiteindelijk in Las Vegas in de staat Nevada. Hier nam ik mijn intrek in een van de goedkopere hotels in downtown Las Vegas. 's Avonds liep ik van downtown naar de beroemde Strip, het gedeelte van Las Vegas Boulevard waar de grootste en beroemdste casino's aan liggen. Hierbij kwam ik onderweg nog langs de beroemde Little White Wedding Chapel, waar ook Jon Bon Jovi ooit nog eens is getrouwd. Het wandelen over The Strip zelf was ook weer een heel bijzondere ervaring. Het ene casino was nog groter dan het andere. Er stonden replica's van de bekendste bouwwerken, zoals de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe, het Vrijheidsbeeld, enz. De enorme waterpartijen en vijvers voor diverse casino's, al dan niet voorzien van fonteinen en lichtshows, deden je haast vergeten dat je je midden in de woestijn bevond en sommige casino's herbergden zelfs een complete achtbaan.
Zo bracht ik de laatste nacht van mijn reis dus door in de stad van glitter en glamour, van neonverlichting en trouwkapelletjes, van gigantische casino's en nog grotere hotels. Ik bezocht er diverse beroemde casino's zoals The Venetian, The Mirage, Caesars Palace, The Bellagio en The MGM Grand. Vooral The Venetian, met zijn replica's van onder andere de Campanile, de Rialtobrug, het Dogenpaleis, het 'Canal Grande' en het 'Piazza San Marco' was erg indrukwekkend. Ook de straten van Venetië die men op de tweede verdieping van het complex had nagebouwd, inclusief kanalen, waar men per gondola een tocht over kon maken, zagen er schitterend uit. Aan alle details was gedacht, tot aan de kleine verweerde waterspuwertjes boven het water in de kanalen tot aan de in Italiaanse politie-uniformen geklede bewakers. En natuurlijk waren in de winkeltjes in de straten alle beroemde Italiaanse merken vinden.
Aan alle dingen komt echter een einde en zo dus ook aan mijn avondje Las Vegas. Nadat ik mij per taxi terug had laten brengen naar mijn hotel was er nog even tijd om een uurtje te slapen voordat om 06:00 uur mijn wekker weer zou gaan. Om te voorkomen dat ik mij zou verslapen had ik de afgelopen avond al gevraagd of men mij om 06:00 uur een wake-up call kon geven. De manager van het hotel had dit blijkbaar echter nog te laat gevonden, want om 05:30 uur belde hij mij al uit bed, waarmee hij mijn nachtrust voor die nacht dus op slag halveerde.
Resultaat was in ieder geval wel dat ik ruim op tijd op Las Vegas' luchthaven arriveerde. Na daar te hebben ingecheckt en meer als anderhalf uur in de rij te hebben gestaan voor de immigratiedienst, vloog ik om 08:55 uur naar Dallas. Hier kwam ik rond 13:35 uur aan. Inmiddels alweer voor de 4e keer binnen nog geen twee weken. Om 16:20 uur vloog ik tenslotte van Dallas naar Londen, waarmee er ook aan mijn avontuur in de Verenigde Staten een eind kwam. Al met al was ik er veel tijd kwijt geraakt met het terug krijgen van mijn backpack, toch had ik wel enigszins een beeld gevormd van 's werelds machtigste land, land van de onbeperkte mogelijkheden..
Alles in de Verenigde Staten is groot. Het is een groot land, met de grootste (lees dikste) mensen en de grootste auto's, waar men de grootste porties eten en de grootste emmers frisdrank serveert. Doordat het zo'n groot land is, is er gelukkig ook hier en daar nog wat ruimte overgebleven voor wat natuur en wat overgebleven indianen. De Verenigde Staten herbergt dan ook heel wat schitterende wildparken en zelfs nog wat echte indianenreservaten, in welke laatsten men tussen de casino's, resorts en industrie toch nog zoveel mogelijk van de oude indianenfilosofie tracht te bewaren.
Iedereen in de Verenigde Staten is "perfect". Schietpartijen op scholen vind iedereen afschuwelijk (hetgeen men het liefst laat weten voor de camera, waarbij men er zo mogelijk ook nog een traan probeert uit te persen (geen wonder dat in dit land de meeste films ter wereld worden geproduceerd)), porno is verwerpelijk (en wordt alleen bekeken en gekocht door andere viezeriken) en een blote borst op tv wordt streng veroordeeld. Fouten worden niet gemaakt en degene die ze toch maakt wordt voor de rechter gedaagd (vooral als dat lekker wat geld oplevert). Relaties zijn er helaas niet altijd even perfect, maar gelukkig is er dan nog altijd dr. Phil. Heb je daarna dan toch nog problemen in je relatie dan kun je die altijd nog uitpraten (of uitvechten) bij de Jerry Springer Show, zodat Jerry je mooi als voorbeeld kan stellen voor de rest van de Verenigde Staten, kan laten zien hoe het niet moet en kan uitleggen hoe men dit soort problemen als welopgevoede Amerikaan wel dient op te lossen.
Iedereen is welkom in de Verenigde Staten (natuurlijk wel nadat je aan de grens twee vingerafdrukken hebt laten maken, er per webcam een foto van je is gemaakt, je met je bagage volledig binnenste buiten bent gekeerd en je van de helft van je toiletspullen en je aansteker bent afgeholpen).
Iedereen is gelijkwaardig in de Verenigde Staten. Moslims die brave Christenen terroriseren worden dus flink aangepakt (met name als er in hun thuisland ook nog wat olie te vinden is). Blanken die zwarten terroriseren worden soms helaas nog wat minder hard aangepakt, getuige de vele negers die ik sprak, welke aangaven zich nog steeds gediscrimineerd te voelen in hun thuisland.
Iedereen in de Verenigde Staten is een goede Christen. Ze hebben het zelfs op de dollar gezet: "In God we trust". Ook bij het binnen komen van de Verenigde Staten zag ik een grote poster hangen van de vlag van de Verenigde Staten met daarop de tekst: "God bless Amerika" (ook andere landen natuurlijk wel, maar toch in de eerste plaats de Verenigde Staten. Typerend trouwens wel dat men de naam van het continent gebruikt voor het eigen land. Alsof wanneer men het over Amerika heeft, men het natuurlijk over de Verenigde Staten heeft.)
Iedereen in de Verenigde Staten kan rijk worden. Het resultaat is wel dat iedereen overal geld aan probeert te verdienen. Zelfs voor de bagagekarretjes op het vliegveld, die ik op vliegvelden elders in de wereld steeds gratis kon pakken, moest betaald worden. De taxichauffeur rekende alleen al 12 tot 15 dollar aan voorrijkosten en in mijn hotel in Miami moest ik ook voor elk collect-call gesprek dat ik voerde 1 dollar betalen.
Iedereen in de Verenigde Staten kan ook worden wat ie wil. Burgemeesters worden acteur en talkshowhost (Jerry Springer) en acteurs worden burgemeester (Clint Eastwood), gouverneur (Arnold Schwarzenegger) of zelfs president (Ronald Reagan). Dit dient een ieder dan echter wel helemaal op eigen kracht te bereiken. Ieder voor zich en God voor ons allen..
Zondag 12 augustus kwam ik om 07:20 uur aan op Londen Gatwick. Na ook hier nog eens gefouilleerd te zijn, vloog ik om 09:25 uur van Londen naar Amsterdam, waar ik omstreeks 11:40 uur arriveerde. Moe van de lange reis en door het feit dat ik tijdens de vlucht van Dallas naar Londen nauwelijks had geslapen door een klein kind dat gedurende bijna deze hele vlucht had zitten jengelen, zocht ik mijn weg langs de douane naar de bagageband. Daar er op de bagageband bagage van diverse vluchten werd gelost duurde het een hele tijd voordat ik mijn backpack weer terug zag. Gelukkig was ie dit keer wel weer goed aangekomen. Tenslotte volgde dan de laatste meters naar de aankomsthal, waar ik wist dat ik mijn familie op me stond te wachten, daar ik daar onderweg al telefonisch contact mee had gehad.
Wat een verrassing echter toen ik bij het binnen lopen van de aankomsthal werd onthaald door vele vrienden en familie, die me met gejuich en een groot spandoek, weer welkom thuis heetten (voor degene die er waren en dit nog lezen, nogmaals hartelijk bedankt!!). Wat geweldig om zo weer ontvangen te worden na bijna een jaar de wereld rond te hebben gereisd. Na de eerste hartelijke ontvangst dronken we met zijn allen nog iets in een van de vele restaurantjes die Schiphol rijk is. Hierna ging een ieder weer zijns weegs en reed ik met de familie weer terug naar Deurne.
Zo eindigde dus mijn reis rond de wereld. En hier eindigt dus ook mijn verhaal op deze website. Het was een geweldige ervaring, ik heb veel gezien en beleefd, ben heel blij dat ik het gedaan heb, maar ook heel blij alle vrienden, familie en straks natuurlijk ook collega's weer terug te zien.
Dat was het dan. Koen is niet meer op reis. Het reizen is afgelopen. Alhoewel Sean Connery ooit al eens zei: "Never say never again.".. Voor nu zit het reizen er in ieder geval op. Iedereen die heeft meegelezen en iedereen die heeft gereageerd ontzettend bedankt! Ik hoop jullie over niet al te lange tijd allemaal weer in levenden lijve te spreken..
groetjes
Koen |
|
|
 |
 |
 Peru - Machu Picchu
Reis/Peru | Peru
|
23 Augustus 2007 | 05:21:57
 |
28-07-2007 & 29-07-2007
De volgende ochtend ging om 04:15 uur de wekker en om 05:00 uur zat ik aan het ontbijt in de eetzaal van mijn hotel. De 20 dollar die ik voor mijn kamer had betaald, hadden mij namelijk ook recht gegeven op een gratis ontbijtje, dat bestond uit een soort pannenkoekje, wat broodjes, thee en jus d`orange. Een prima ontbijtje. Na het ontbijt begaf ik mij naar het busstation van waaraf om 05:30 uur de eerste bussen naar Machu Picchu zouden vertrekken. Bij het busstation bleek dat ik bepaald niet de enige was die op tijd zijn bed was uitgekomen om die dag als 'eerste' de oude Inca stad te betreden.. De vrouw achter het loket in het busstation leek geestelijk nog in dromenland te verkeren, want ze werkte zo traag als een slak die met tegenzin tegen de wind in een berg op kruipt. Het duurde dus even voordat ik een buskaartje had, maar men was blijkbaar gewend aan de enorme hordes toeristen op dit onchristelijke tijdstip, want er waren bussen genoeg om de toeristen de berg op te rijden.
Korte tijd en diverse haarspeldbochten later stond in op de berg, omgeven door groen begroeide bergtoppen die oprezen uit een zee van mist en ochtendnevel. Vervolgens liep ik door de toegangspoort en eenmaal om de hoek aanschouwde ik dan eindelijk Zuid-Amerika`s grootste toeristische attractie, verkozen tot één van de nieuwe zeven wereldwonderen. De 'verloren stad der Inca's' met zijn eeuwenoude grijs gekleurde gebouwen afgewisseld met de helder groene terrassen van gras, met daar nog bovenuit torenend de piek van de berg Huayna Picchu, vormde een schitterende aanblik.
Machu Picchu werd gesticht tijdens de hoogtijdagen van het Inca rijk, rond 1450 AD en werd nog geen honderd jaar later tijdens het ineenstorten van het rijk gedurende de Spaanse verovering alweer verlaten. Hoewel de stad vrij dichtbij Cuzco lag (ongeveer 70 kilometer er vandaan), hebben de Spanjaarden de stad nooit ontdekt en dus ook nooit vernietigd. Over de functie van de stad zijn de geleerden het nog niet helemaal eens, maar dat het een prachtig staaltje Inca architectuur is moge duidelijk zijn.
De gehele ochtend besteedde ik verder aan het bekijken van Machu Picchu. De regels op het terrein waren vrij streng, zo werden er geen etens- en drinkwaren getolereerd, was het verboden een wandelstok mee het terrein op te nemen, evenals het gebruik van een te grote rugzak. Hier werd op toegezien door diverse controleurs die over het gehele terrein verspreid rond liepen. Het resultaat was wel dat het terrein er prachtig bij lag en de bouwwerken nog in prima staat verkeerden.
Na mijn bezoek aan Machu Picchu bracht een van de pendelbussen mij weer terug naar Aguas Calientes. Van daaruit reisde ik per trein weer terug naar Ollantaytambo om tenslotte per bus weer terug te keren naar Cuzco.
In Cuzco at ik nog wat in een restaurantje aan het Plaza San Francisco, een van de grotere pleinen in het centrum van Cuzco waaraan ook de gelijknamige kerk is gelegen. Daarna maakte ik nog een korte wandeling door de stad, alvorens mij weer naar het gebouw van Cruz del Sur te begeven. Van daaraf vertrok ik om 18:00 uur weer per bus naar Lima. Dit keer in een iets luxere bus van het type Cruzero, wat betekende dat ik nu iets meer beenruimte had, zodat ik ook wat beter kon slapen gedurende de rit.
Het eerste gedeelte van de rit was het slapen echter nog wat lastig, daar de weg in het berggebied van waaruit we vertrokken nog erg bochtig was. Na een tijdje trok de vrouw die naast mij zat ineens de gordijnen dicht. Hierop vroeg ik haar in het Engels, waarom ik ineens van mijn uitzicht werd beroofd. Natuurlijk sprak zij alleen Spaans, dus werd ik niet veel wijzer van haar uitleg. De gast die aan de andere kant van het gangpad zat bleek echter in de overtuiging te verkeren dat hij een redelijk woordje Engels sprak en probeerde mij de beweegredenen van de vrouw uit te leggen. Helaas waren de Engelse woorden die hij kende op één hand te tellen, dus verder als "omdat ze dicht moeten" kwam hij niet. Niet echt een overtuigende reden vond ik, dus schoof ik de gordijnen maar weer een stukje open, zodat ik toch nog wat naar buiten kon kijken. Ik probeerde de jongen nog duidelijk te maken dat ik met al die bochten in de weg graag naar buiten wilde kunnen blijven kijken, omdat ik bang was anders misselijk te worden. Hier leek hij echter niet veel van te begrijpen. Hij begon daarentegen ook de gordijntjes voor zijn raam dicht te doen. Blijkbaar wilde men gaan slapen, maar buiten was het inmiddels ook al donker geworden, dus vond ik niet dat daar de gordijnen nu zo nodig dicht voor moesten. De bochtige weg bleek echter ook mijn Peruaanse vriend de slaap te onthouden. Sterker nog, hij begon hoe langer hoe minder vrolijk te kijken en op een gegeven moment begon hij zonder enige voorwaarschuwing zelfs ineens de hele bus onder te kotsen. Hierna vluchtte hij naar het toilet in de bus en kwam vervolgens ook niet meer terug, zodat de passagiere die naast hem had gezeten zich genoodzaakt zat hun plaatsen zo goed en zo kwaad als het ging schoon te maken. Gelukkig had de vrouw naast mij een fles luchtverfrisser in haar handbagage. Geen flauw idee waarom ze dat in godsnaam in haar handbagage had zitten, maar ik was er op dat moment in ieder geval blij mee. Ik geloof in ieder geval wel dat men nu begreep waarom ik de gordijnen graag een stukje geopend wilde hebben, ik heb ze er de rest van de rit namelijk niet meer over gehoord..
De volgende ochtend, iets na achten, reden we door de Nazcawoestijn, het gebied waar de beroemde Nazcalijnen zich bevonden. De Nazcalijnen zijn geogliefen, enorme afbeeldingen in het zand, die werden gecreëerd door de bovenste laag zand en stenen weg te halen, waardoor de lichter gekleurde aarde daar onder zichtbaar werd. Sommige lijnen zijn zelfs tot 275 meter lang. De geogliefen zouden zijn gemaakt door de Nazca en Paraca indianen tussen 200 BC en 600 AD, al heeft men nooit goed kunnen achterhalen met welk doel zij deze enorme geogliefen creëerden, daar zij deze zelf waarschijnlijk nooit goed in zijn geheel hebben kunnen bekijken. De afbeeldingen zijn namelijk het best te onderscheiden vanuit de lucht. Vanaf de grond zijn ze wat moeilijker te zien en ook zo vanuit de bus kon in er geen onderscheiden.
Vanaf de Nazca woestijn reden we vervolgens verder in Noord-Westelijke richting, tot aan de kust, waarna we de kustlijn bleven volgen totdat we omstreeks 15:00 uur weer aan kwamen in Lima. Nadat ik mijn bagage had opgehaald aan de bagagebalie nam ik een taxi van het terrein van Cruz del Sur naar het centrum van Lima, aangezien ik daar nog even langs het postkantoor wilde. Eenmaal in het centrum kwam ik midden in de feestelijkheden terecht die werden gehouden ter viering van de Peruaanse onafhankelijkheid. Op 28 juli 1821 verklaarde Peru zich namelijk onafhankelijk van Spanje. Dit wordt elk jaar herdacht op 28 en 29 juli. Zo dus ook dit jaar. De belangrijkste ceremonie bleek plaats te vinden op het Plaza de Armas (Plein van de Wapenen in het Nederlands), het centrale plein in Lima. Ook zag ik enkele cavaleristen, een stoet ruiters in ceremoniële kledij en een groep motorrijders in militaire uniformen, waarvan de helft gele bliksems op de wangen had geschilderd.
Het postkantoor bleek in verband met de festiviteiten echter gesloten te zijn, dus nam ik uiteindelijk maar een taxi naar Miraflores, alwaar ik wederom mijn intrek nam in Hostal Turistico Eiffel. 's Avonds at ik nog iets in een restaurant dat deel uit maakte van winkelcentrum Larcomar en las ik nog even wat mailtjes in een van de vele internetcafés aan Avenida José Larco. Daarna zocht ik nog redelijk bijtijds mijn bed op, daar ik me de volgende dag alweer vroeg moest melden op het vliegveld voor mijn vlucht naar Phoenix in de Verenigde Staten. |
|
|
 |
 Peru - Cuzco
Reis/Peru | Peru
|
22 Augustus 2007 | 22:11:03
 |
26-07-2007 & 27-07-2007
Donderdagochtend stond ik om 08:00 uur op om mijn backpack, die natuurlijk nog niet droog was, naar de wasserette te brengen, in de hoop dat zij hem daar op de een of andere manier voor mij zouden kunnen drogen. Het was namelijk winter in Peru en aangezien er in het hele hotel geen kachel te bekennen viel, was het vooral `s nachts toch redelijk koud. Toen ik me om 08:30 uur echter bij de wasserette meldde, liet men mij daar weten dat zij geen mogelijkheid zagen om mijn backpack droog te krijgen, daar deze gedeeltelijk ook uit plastic bestond, waardoor hij niet in de droger kon.
Eenmaal weer terug in het hotel informeerde ik daar maar eens of er toch niet ergens een kacheltje was waar ik hem tegenaan kon zetten. Uiteindelijk kwam men toen met een elektrisch kacheltje op de proppen, ideaal voor het drogen van mijn backpack. Na mijn backpack een uur lang van alle kanten met hete lucht te hebben bestookt was hij dan ook weer keurig droog. Vervolgens had ik nog anderhalf uur om hem weer in te pakken en om 12:00 uur stond ik weer bepakt en bezakt klaar voor het volgende gedeelte van de reis.
Nadat ik had uitgecheckt, liep ik naar winkelcentrum Larcomar, waar ik de afgelopen keren goed had gegeten en dus ook nu weer de lunch gebruikte. Hierna pikte ik mijn bagage weer op die ik tijdens de lunch bij het hotel in bewaring had mogen geven en hield ik op straat een taxi staande die me naar het kantoor van Cruz del Sur bracht in het centrum van Lima.
Nadat van alle passagiers een opname was gemaakt en ieders bagage was gecontroleerd, mochten we instappen en vertrokken we om 14:45 uur per bus naar Cuzco. Een behoorlijk lange rit van zo'n 21 uur door het schitterende Peruaanse landschap, dat buitengewoon afwisselend bleek te zijn. Zo reden we door droge woestijnvlaktes en door groene weelderig begroeide bergen, langs geel en bruine akkers die als lappendekens over de heuvels lagen uitgespreid en langs met sneeuw bedekte bergtoppen. Onze bus was van het type Imperial, wat niet echt de meest luxe bus was die Cruz del Sur rijk was. De beenruimte was dus enigszins beperkt, zodat er van slapen niet heel erg veel terecht kwam. Het prachtige uitzicht maakte echter veel goed. Bovendien werd er `s avonds voor een warme maaltijd gezorgd in de bus en `s ochtends voor een broodje. Een van de films die men draaide was zelfs voorzien van Engelse ondertiteling en ook was er de mogelijkheid de kosten van het busticket terug te verdienen met het bingospel dat onderweg gespeeld werd. Helaas ging dat me nog wat lastig af met de Spaanse nummers.
Rond 12:00 uur de volgende dag kwamen we uiteindelijk aan In Cuzco, dat op ongeveer 3360 meter hoogte ligt in het Andesgebergte. Cuzco was de hoofdstad van het oude Inca rijk, voordat ze in de 16e eeuw door de Spanjaarden werd veroverd. Veel van de kerken en kloosters die de Spanjaarden bouwden, werden dan ook gebouwd bovenop de muren van half afgebroken Inca gebouwen. Cuzco staat bekend als de langst bewoonde stad van het Westelijk halfrond en telt op dit moment ongeveer 350.000 inwoners.
Na mijn aankomst pikte ik snel mijn backpack weer op bij de bagagebalie en spoedde ik mij naar het Huanchac Train Station, één van Cuzco's twee treinstations, welke niet ver van het terrein van Cruz del Sur af lag. Daar liet ik mij bij de informatiebalie informeren over wat de snelste manier was om naar Machu Picchu door te reizen. Dit bleek voor het grootste gedeelte per trein te zijn, dus kocht ik daar eerst de benodigde treintickets. Vervolgens moest ik nog naar Ollantaytambo zien te komen, van waaraf de trein mij verder naar Machu Picchu zou brengen. Gelukkig wist de dame van de informatiebalie het nummer van een taxicentrale uit haar hoofd (222222) en was ze ook zo vriendelijk dit nummer even voor mij te bellen. Even later kwam er dan ook netjes een taxi voorrijden, die mij in twee uur van Cuzco naar Ollantaytambo bracht. Een vrij lange rit om per taxi te maken, maar gelukkig waren de taxi's in Peru niet erg duur en het landschap waar ik met de taxi door reed was wederom schitterend. Onderweg viel het mij ook op dat een groot gedeelte van de plaatselijke bevolking nog echt in kleding liep, die ik als Peruaanse klederdracht zou typeren, met onder andere de veelkleurige poncho en hoge hoed.
Eenmaal aangekomen op het station in Ollantaytambo bleek de trein naar Aguas Calientes al klaar te staan, dus was ik blij dat ik al in het bezit was van een treinkaartje. Om 14:55 uur vertrok ik met deze speciaal op toeristen toegesneden trein, waarvan het dak aan de zijkanten van doorzichtig plastic of glas was gemaakt, zodat je ook vanuit de trein de groene bergen en overhangende vegetatie kon bewonderen.
Ongeveer anderhalf uur later, rond 16:25 uur, kwamen we uiteindelijk aan in Aguas Calientes. Aguas Calientes betekent "hot waters" in het Spaans. Het dorpje dankt zijn naam namelijk aan de thermische bronnen die in het dorpje liggen. Het dorpje wordt ook wel Machu Picchu Pueblo (Pueblo betekent Dorp in het Spaans) genoemd, een naam die het natuurlijk te danken heeft aan het feit dat het het dichtst bij Machu Picchu gelegen dorpje is. Aguas Calientes ligt in het dal van de Urubamba rivier, onder aan de berg Machu Picchu, waarop de oude Inca stad ligt. Het dorpje is alleen per trein te bereiken en bestaat als gevolg van de constante stroom toeristen, vandaag de dag voornamelijk uit hotels, restaurants en souvenirwinkeltjes.
Nadat ik was aangekomen, zocht ook ik eerst een hotel op waar ik mijn spullen kwijt kon. Daarna maakte ik nog een klein rondje door het kleine dorpje, kocht ik wat ansichtkaarten en vast een toegangskaart voor de oude Inca stad die ik de volgende dag wilde bezoeken. Na een prima maaltijd in een van de restaurantjes die het dorpje rijk was, zocht ik die avond voor de verandering eens vroeg mijn bed op, daar ik de volgende ochtend vroeg op wilde staan om een bezoek te brengen aan Machu Picchu.. |
|
|
 |
 Peru - Lima
Reis/Peru | Peru
|
22 Augustus 2007 | 05:36:26
 |
25-07-2007
De volgende dag had ik eigenlijk al per bus naar Cuzco willen reizen, maar in de toestand waarin mijn backpack verkeerde was dat helaas onmogelijk, dus was het eerst zaak die zo snel mogelijk schoon te krijgen. Om 07:30 uur stond ik daarom alweer op, om vervolgens alle wasbare spullen die onder de shampoo zaten in een grote vuilniszak te stoppen en deze om 08:30 uur bij het open gaan van de wasserette aan Avenida José Larco (Avenida is Spaans voor Avenue, of Laan in het Nederlands), daar in te leveren. De rest van de ochtend besteedde ik aan het schoonmaken van de overige spullen die nog te redden waren.
`s Middags liet ik me per taxi naar het kantoor van Cruz del Sur brengen, een door mijn Lonely Planet aanbevolen busmaatschappij, gevestigd in het centrum van Lima. Ik wilde daar namelijk een retourtje boeken naar Cuzco, zodat ik er zeker van was dat ik daar de volgende dag naartoe zou kunnen vertrekken. `s Ochtends had ik al telefonisch contact gezocht met enkele busmaatschappijen, maar de medewerkers die ik aan de lijn had gekregen spraken nauwelijks meer Engels dan ik Spaans, zodat het onmogelijk was geweest een beeld te krijgen van de vertrektijden, prijzen en de kwaliteit van de bussen. Het leek mij dus beter zelf maar even langs het kantoor van Cruz del Sur te gaan.
Onderweg naar het centrum van Lima bleek dat de bedrijven in Lima de bermen langs de weg gebruikten om met plantjes of bloemenperkjes, in de vorm van letters of logo's in het gras, hun bedrijfsnaam of zelfs complete reclameslogan onder de aandacht te brengen. Het was in ieder geval weer eens iets anders dan de standaard billboards en eigenlijk zag het er ook wel een stuk fraaier uit, vond ik.
Eenmaal aangekomen bij Cruz del Sur waarschuwde mijn taxichauffeur me nog dat ik mijn tas, portemonnee en horloge goed in de gaten moest houden in de omgeving rond het busstation. Die was je daar volgens hem namelijk kwijt voordat je het wist. Nadat ik mijn bustickets had gekocht, vroeg ik de taxichauffeur mij nog even naar een bank te rijden waar ik wat geld kon opnemen. Na een eerste mislukte poging, wist ik bij een volgend bankfiliaal gelukkig wel wat geld uit de muur te krijgen, waarna ik me tenslotte liet afzetten bij winkelcentrum Larcomar, een mooi winkelcentrum gebouwd tegen de kliffen aan het strand, uitkijkend over de Stille Oceaan. Het winkelcentrum lag bovendien op loopafstand van mijn hotel en vanaf het winkelcentrum kon je via Avenida José Larco naar het centrum van Miraflores lopen, dat ongeveer een kilometer ten Noorden van het winkelcentrum lag.
Nadat ik in het winkelcentrum iets gegeten had, ging ik er op zoek naar wat nieuwe spullen, daar niet alle spullen meer te redden waren geweest. Dit bleek echter nog niet zo eenvoudig en het kostte me de rest van de middag voordat ik het merendeel van de spullen die ik zocht had gevonden. Vooral een nieuwe toilettas bleek erg moeilijk te vinden. Noch in supermarkten, noch in apotheken, reiswinkels of campingzaken konden ze me er aan één helpen. Tenslotte vond ik aan het einde van de middag de, volgens mij, laatst overgebleven toilettas in Lima, bij een soort V&D midden in het centrum van Miraflores. Houten tandenstokers, zoals die bij ons nog wel eens op tafel staan in een restaurant, bleek men in Peru vreemd genoeg in het geheel niet te kennen. De meeste spullen die ik zocht had ik uiteindelijk echter toch gevonden en bovendien had het afstruinen van half Miraflores in ieder geval wel als voordeel gehad dat ik ook nog iets van de stad te zien had gekregen.
Iets na 17:30 uur haalde ik mijn was weer op bij de wasserette, die daar zoals beloofd inderdaad al netjes klaar bleek te liggen. Vervolgens haalde ik nog even twee uurtjes slaap in, waarna ik nog wat at bij een restaurantje aan Avenida José Larco. De rest van de avond maakte ik nog wat spullen schoon, waaronder mijn slaapmatje en mijn tentje. Het was inmiddels al een tijd na middernacht toen ik tenslotte nog de worsteling aanging met mijn backpack, die ik onder de kraan zo shampoo-vrij mogelijk probeerde te krijgen. Om een uur of vier hield ie eindelijk op met schuimen, waarna ik hem te drogen en mezelf te ruste legde. |
|
|
 |
 Brazilië - São Paulo
Reis/Brazilie | Brazilië
|
19 Augustus 2007 | 23:47:39
 |
21-07-2007 t/m 24-07-2007
Het weekend na mijn bezoek aan de Pão de Açúcar en de Cristo Redentor wilde ik een vlucht boeken naar Lima, de Peruaanse hoofdstad. Ik was inmiddels namelijk al weer een hele tijd in Brazilië en wilde graag ook nog iets zien van Peru, voordat ik het Zuid-Amerikaanse continent weer zou gaan verlaten. Het boeken van een vlucht viel echter nog niet mee in het weekend. Vooral op zondag lag bijna alles in het katholieke Brazilië stil. Bovendien bleken de telefoons in de twee internetcafés die ook in het weekend open waren, net dat weekend niet te werken. Met mijn GSM had ik alleen bereik wanneer ik vanaf het plein, twee straten van het internetcafé af belde. Hetgeen toch wat lastig communiceren was met een luchtvaartmaatschappij over de vluchten die zij op internet aanboden, terwijl ik hun website twee straten verder op de computer open had staan. Bij het bellen van de reisbureaus kreeg ik meer dan eens "Não compreenda" te horen en wanneer men wel wat Engels sprak, was het vaak zo dat men alleen rondleidingen en activiteiten in Rio de Janeiro aan bood en geen vluchten boekte; "Good afternoon, I wanted to book a flight. Do you sell any flights?" "Yes, yes, many guides, and many different tours through whole Rio de Janeiro!" "No I meant FLIGHTS, not guides." "Oh no, we don`t sell flights."
Het liefst had ik zondag al naar Lima willen vliegen, maar voornoemde resulteerde er tenslotte in dat dit uiteindelijk dinsdag werd. Zodoende stond ik dinsdag om 03:25 uur, midden in de nacht, op Rua do Catete, de doorgaande weg vlakbij mijn hotel, te wachten op een taxi. De oude baas die tijdens de nachtelijke uren de receptie in het hotel bezet hield was het namelijk niet gelukt om rond dat tijdstip een taxicentrale aan de lijn te krijgen, dus probeerde ik er nu maar een aan te houden die toevallig voorbij kwam. Niet echt de meest veilige manier om midden in de nacht een taxi te regelen in Rio de Janeiro, zo leek mij, maar ik had nu eenmaal toch een taxi nodig. Nadat ik een taxi had laten stoppen liet ik mij eerst nog even afzetten bij het hotel, waar het mij opviel dat de oude baas van het hotel de deur open deed met een mes achter zijn rug. Schijnbaar konden wat extra voorzorgsmaatregelen geen kwaad in het nachtelijke Rio. Vandaar dat ik ook met hem had afgesproken dat ik mijn bagage in het hotel zou laten, terwijl ik buiten een taxi regelde.
De taxichauffeur waar ik bij in was gestapt leek echter geen verkeerde kerel. Hij vroeg weliswaar een behoorlijke prijs voor de rit naar het vliegveld, maar dat was voor zover ik wist ook niet ongebruikelijk gedurende de kleine uurtjes. Na te hebben uitgecheckt en mijn bagage in de taxi te hebben gelegd stapte ik dan ook weer bij hem in, om even later, om 04:00 uur, netjes te worden afgezet op Rio's internationale luchthaven. Daar bleek vervolgens slechts 1 persoon aanwezig te zijn om alle passagiers van mijn vlucht in te checken, zodat we uiteindelijk ongeveer 1 uur vertraging opliepen. Bovendien bleek deze persoon een heel ander vlucht- en gatenummer op mijn ticket te hebben gezet als wat de monitor met uitgaande vluchten aangaf. Na wat extra navraag leverde dit verder gelukkig geen problemen op, zodat ik rond 07:30 uur, na een rustige vlucht aan kwam in São Paulo.
Precies een week eerder was er op het vliegveld in São Paulo nog een vliegtuig van luchtvaartmaatschappij TAM Linhas Aéreas van de baan geraakt, waarbij bijna 200 mensen waren omgekomen. De daaropvolgende dagen was dit het onderwerp van gesprek geweest op de Braziliaanse televisie, waarbij druk was gespeculeerd over wat nu eigenlijk de reden was geweest van dit ongeluk; de natte landingsbaan, het ontbreken van groeven in de landingsbaan, die het remmen vergemakkelijkten of het feit dat de betreffende landingsbaan eigenlijk te kort was voor grote toestellen om op te landen. Dingen die toch wel even door mijn hoofd schoten tijdens de landing in São Paulo. Ook bij mijn aankomst in São Paulo was het namelijk niet helemaal droog, maar gelukkig verliep de landing verder prima.
São Paulo was voor mij echter slechts een tussenlanding, dus na mijn bagage van de bagageband te hebben gehaald, wachtte ik geduldig tot ik om 16:30 uur weer in kon checken aan de balie van LAN Airlines. Ook bij deze vlucht was het niet helemaal duidelijk vanaf welke gate hij zou vertrekken en werd de betreffende gate op de monitoren tot twee maal toe veranderd. De vertraging liep ook bij deze vlucht op tot een uur en de wijzigingen werden slechts omgeroepen in het Portugees of Spaans, hetgeen de zaken er voor mij ook niet echt duidelijker op maakte. Wat dat betreft leek de luchtvaartbranche in Brazilië me een beetje een zooitje, maar de Brazilianen leken er zich niet druk over te maken en bleven zoals altijd lekker relaxed, dus besloot ik me er ook maar niet al te druk over te maken. Zolang we niet van de landingsbanen afreden was ik al lang tevreden..
Om 21:00 uur vertrokken we uiteindelijk naar Lima. De vlucht verliep verder rustig en ook dit vliegtuig bleek voor elke passagier een entertainment-module aan boord te hebben, zodat ik nog eens kon genieten van de originele Die Hard, als voorbereiding op de nieuwe Die Hard 4.0, waarvan ik gehoord had dat deze inmiddels uit was en welke ik zeker nog wilde gaan zien. Hoewel ik al begrepen had dat er van het "Yippee-ki-ye, motherfucker", nog slechts "Yippee-ki-ye, motherf.." was overgebleven in dit vierde deel..
Na een vlucht van vijf en een half uur, kwam ik rond 00:30 uur aan op het vliegveld van Lima. Hier haalde ik bij de immigratiedienst een visumstempel, geldig voor een verblijf van maximaal 90 dagen, wisselde ik mijn Reais in voor Soles (1 Euro = 4,18 Nuevo Soles), de Peruaanse munteenheid en haalde ik mijn bagage van de bagageband. Hierna nam ik voor 9 dollar een busje naar het centrum van Lima.
De chauffeur van het busje was een grote stevige zwart bebaarde kerel, die erg vriendelijk bleek te zijn en een stuk hoffelijker dan zijn ietwat lompe uiterlijk op het eerste gezicht had doen vermoeden. Zo hield hij de deur open voor mijn vrouwelijke medepassagiere toen zij op haar plaats van bestemming was gearriveerd en bood hij haar zelfs een hand aan bij het uitstappen. Na haar een goede nacht te hebben gewenst, wachtte hij bij het wegrijden ook nog netjes even tot zij veilig en wel haar woning binnen was gegaan. Al met al leek het me wel een geschikte vent en ik besloot dan ook maar zijn advies om een hotel in Miraflores te zoeken, ter harte te nemen. Miraflores is een wijk iets ten Zuiden van het centrum van Lima, waar ik eigenlijk in eerste instantie een hotel had willen zoeken. Volgens mijn chauffeur leed het centrum van Lima echter nogal aan de gebruikelijke overlast die in grote steden nogal eens voor komt, zoals overlast van dronkenlappen, prostitutie overlast en zakkenrollers. Ik liet me door hem dus maar naar een hotel in Miraflores brengen. Het eerste hotel waar hij me naar toe bracht bleek 25 dollar per nacht te kosten, hetgeen ik toch wat veel vond. In het tweede hotel dat we aandeden, Hostal Turistico Eiffel, bleek ik voor 20 dollar per nacht een kamer te kunnen krijgen. Nog niet heel goedkoop met een backpackersbudget, maar de kamer zag er goed uit en ik had weinig zin om midden in de nacht hotels af te blijven lopen. Bovendien was ook de locatie niet verkeerd; het hotel bevond zich aan de Zuidkant van Miraflores, vlakbij de kust en niet ver van Miraflores' centrum vandaan.
Het was inmiddels al midden in de nacht toen ik mijn backpack de trap op, naar mijn nieuwe kamer op de 3e verdieping sjouwde en plotseling bemerkte dat de beschermhoes, waar ik bij bus- trein of vliegreizen altijd ter bescherming mijn backpack in verpak, aan een kant helemaal glibberig en plakkerig was. Eenmaal op mijn kamer werd de oorzaak al snel duidelijk, de fles shampoo die ik in Nieuw-Zeeland nog nieuw gekocht had, was tijdens de vlucht van Rio de Janeiro naar Lima open gesprongen. Het kantelen van mijn rugzak tijdens het vervoer had er bovendien voor gezorgd dat de 400 ml shampoo uit de fles zich netjes door mijn hele backpack had verspreid, zodat drie kwart van mijn spullen, inclusief mijn backpack zelf, geheel of gedeeltelijk doordrenkt was met shampoo. Niet echt een prettige verrassing na een lange reisdag. Bovendien wilde ik de volgende dag weer vroeg door reizen naar Cuzco. Tot 05:00 uur `s nachts deed ik daarom nog een poging alles een beetje schoon te krijgen, maar hoe meer ik poetste en afspoelde, hoe meer alles begon te schuimen.. Uiteindelijk gaf ik het dus maar op en zocht ik mijn bedje op. |
|
|
 |
 Brazilië - Rio de Janeiro 5
Reis/Brazilie | Brazilië
|
18 Augustus 2007 | 04:09:44
 |
20-07-2007
Natuurlijk is een bezoek aan Rio de Janeiro niet compleet zonder een bezoek aan de Cristo Redentor (Christ the Redeemer) en de Pão de Açúcar (Sugar Loaf), dus besloot ik mijn vrijdag maar eens goed te besteden door deze twee iconen van Rio de Janeiro te gaan bekijken.
Het Largo do Machado.
Hiertoe begaf ik mij 's ochtends naar het Largo do Machado, het centrale plein in Catete, waar ik de metro nam naar Botafogo, de wijk die in het Zuiden door Morro de São João (een morro is een soort heuvel, bestaande uit een enorme monoliet van graniet of kwarts) wordt gescheiden van de wijk Copacabana en in het Noorden grenst aan de wijk Flamengo, waarvan de naam refereert aan de eerste Nederlander die de wereld rond voer, Olivier van Noort, die in de 16e eeuw in Rio de Janeiro was. Het onderscheid tussen Nederlands en Vlaams wist men in die tijd echter nog niet goed te maken, vandaar de naam Flamengo, het Portugese woord voor Vlaams. Het tussen Catete en Botafogo ingelegen Flamengo is overigens ook de thuisbasis van de meest populaire en meest succesvolle voetbalclub van Brazilië, CR Flamengo, welke naast vijf maal het landskampioenschap ook al eens de Copa Libertadores en de Wereldbeker won.
Enseada de Botafogo (de baai van Botafogo), met op de achtergrond de Pão de Açúcar.
V  anaf het metrostation in Botafogo liep ik naar de ten Oosten van Botafogo gelegen wijk Urca (de Portugese naam voor het type schip waarop Olivier van Noort voer) aan de Baía da Guanabara (of Guanabara Bay). Per kabelbaan bereikte ik uiteindelijk de top van de op de Oostpunt van Urca gelegen morro, de Pão de Açúcar. Pão de Açúcar is Portugees voor suikerbrood, waarmee de vorm van deze morro wel enige gelijkenis vertoont. (Hiermee wordt dan overigens niet het brood bedoeld waarin suiker is meegebakken, maar de tot kegelvormige klompen geperste geraffineerde suiker met afgeronde top, die van de 17e tot de 19e eeuw in die vorm vanuit het Caribisch gebied en Oost-Brazilië werd geëxporteerd.)

Rio de Janeiro is gebouwd rondom en tussen diverse morros, hetgeen ook sterk bepalend is voor het uiterlijk van de stad. Op de steile hellingen van de morros is het bijvoorbeeld niet mogelijk grote huizen te bouwen, waardoor deze hellingen daar waar mogelijk vol zijn gebouwd met kleine hutjes en andere gammele bouwsels, de zogenaamde favela's. De beroemdste morro is de Pão de Açúcar, waarvan de specifieke vorm zo bekend is dat slechts het tonen van deze berg in een film al genoeg is om de locatie als Rio de Janeiro te duiden.
Uitzicht op Rio de Janeiro vanaf de Pão de Açúcar, met in de verte Cristo Redentor op de Morro de Corcovado, uitkijkend over de stad. De favela's op de steile hellingen van de morros zijn duidelijk zichtbaar.
De 396 meter hoge Pão de Açúcar bood een prachtig uitzicht over Copacabana en ook de rest van Rio de Janeiro zag er van bovenaf schitterend uit.
Na dezelfde weg weer terug te hebben afgelegd naar het Largo do Machado, nam ik van daaraf een bus naar Rua Cosme Velho, van waaraf je met een treintje, de 'Trem de Corcovado', de Morro de Corcovado op kon komen. De 710 meter hoge Morro de Corcovado maakt deel uit van het Parque Nacional da Tijuca, een 120 vierkante kilometer groot overgebleven gedeelte van het Atlantisch regenwoud dat Rio de Janeiro eens geheel omringde. Op de top van de Morro de Corcovado kijkt Cristo Redentor (Christus de Verlosser) uit over Rio de Janeiro.
Ik was duidelijk niet de enige die op het idee was gekomen Cristo Redentor een bezoek te brengen, want voor het loket waar de treinkaartjes gekocht konden worden stond een ellenlange rij. Daar echter zelfs paus Pius XII, paus Johannes Paulus II en Albert Einstein het de moeite hadden gevonden om de treinrit naar de Cristo Redentor te maken, besloot ik dan toch ook maar in de rij aan te sluiten. En na geduldig schuifelend centimeter voor centimeter de gehele weg tot aan het loket te hebben afgelegd, kwam ik voor 36 reais dan toch uiteindelijk in het bezit van het gewilde kaartje, dat mij recht gaf op een retourtje met het beroemde tandradtreintje.
Om 15:40 uur vertrok ik met het treintje de berg op. Het was een mooie rit door het Parque Nacional da Tijuca. Bovendien had men langs het eerste gedeelte van het traject diverse bloementuinen aangelegd. Nou ja, bloementuinen is misschien een groot woord, maar er stonden in ieder geval bloemen langs het spoor, voorzien van bijbehorende naambordjes. Langs het tweede gedeelte van het traject had men hier en daar enorme gekleurde beeldhouwwerken geplaatst van verschillende dieren en insecten en op een gegeven moment stapte er zelfs een compleet Braziliaans bandje onze coupé in, die de resterende etappe naar Cristo Redentor helemaal tot een feestje maakte.
Vanaf het eindstation leidde een 222 treden tellende trap de laatste meters omhoog naar de top. Onderweg naar boven kwam ik naast meerdere souvenirwinkels ook nog twee aapjes tegen die zich met wat koekjes tot vlakbij de stroom toeristen lieten lokken. De diverse restaurants en rotsklimmogelijkheden zorgden er verder voor dat je van je bezoek aan Cristo Redentor echt een dagje uit kon maken.
Eenmaal boven stond ik dan eindelijk oog in oog met Christ the Redeemer, hoewel Jezus Christ Superstar wat mij betreft ook een prima naam was geweest. Op het platform aan zijn voeten wierp zich namelijk een hoeveelheid toeristen voor hem in het stof (al was het alleen maar om hem van zo dichtbij van top tot teen op de foto te kunnen krijgen), waar ze volgens mij in de Church of the Holy Sepulchre jaloers op zouden zijn geweest. En niet alleen flitsten er continu fototoestellen aan zijn voeten, ook cirkelden er continu diverse helikopters rond zijn hoofd, van waaruit de financieel wat beter bedeelde toeristen hem ook eens vanuit een wat ander perspectief konden bekijken.
Het uitzicht over de stad vanaf het platform was in ieder geval erg mooi en ook om het wereldberoemde, bijna 40 meter hoge standbeeld, dat nog geen twee weken eerder was uitgeroepen tot een van de nieuwe 7 wereldwonderen, van dichtbij te bekijken was toch wel erg leuk. |
|
|
 |
 Brazilië - Rio de Janeiro 4
Reis/Brazilie | Brazilië
|
18 Juli 2007 | 02:43:16
 |
08-07-2007 t/m 19-07-2007
De daarop volgende dagen heb ik het centrum van Rio de Janeiro eens wat nader verkend.
Een kleine impressie:
"The Candelária Church". Deze werd gebouwd en gedecoreerd in de periode van 1775 tot eind 19e eeuw. Hij werd ingewijd in 1811 in de aanwezigheid van de Portugese koning John VI.
Het altaar, aan weerszijden geflankeerd door van gebeeldhouwde engelen voorziene preekstoelen.
De zes beschilderde panelen op het plafond van het schip vertellen de geschiedenis van de kerk.
Detail van de koepel, die in 1877 werd voltooid en de kerk daarme toendertijd het hoogste gebouw van de stad maakte.




Een verweerd houten kruis en dito gedenksteen voor de kerk getuigen van het bloedbad dat hier in de nacht van 23 juli 1993 plaats vond. Vele straatkinderen zochten ´s nachts namelijk hun toevlucht tot de kerk, waar het personeel zoveel mogelijk kinderen van eten, onderdak en advies probeerde te voorzien. In de nacht van 23 juli stopten er plotseling een aantal auto´s voor de kerk met daarin een groep mannen die het vuur openden op een groep van 70 straatkinderen die naast de kerk lagen te slapen. Diverse kinderen raakten gewond en 8 bleken er te zijn dood geschoten: Paulo Roberto de Oliveira - 11 jaar, Anderson Thome Pereira - 13 jaar, Marcelo Candido de Jesus - 14 jaar, Valderino Miguel de Almeida - 14 jaar, "Gambazinho" - 17 jaar, "Nogento" - 17 jaar, Paulo José da Silva - 18 jaar & Marcos Antonio Alves da Silva - 20 jaar oud. Hun namen staan in het geel op het kruis geschreven. De daders bleken later politiemannen te zijn. Een sociaal werkster heeft later onderzoek gedaan naar het lot van de 62 overlevende straatkinderen, waarbij bleek dat 39 van hen inmiddels waren overleden door politiegeweld of als gevolg van het harde leven op straat. Een van de overlevende was Sandro Rosa do Nascimento die op 12 juni 2000 een bus overviel. Deze overval eindigde uiteindelijk in een gijzeling en de dood van Sandro en één van de gijzelaars. Voor meer informatie hierover zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Sandro_Rosa_do_Nascimento .
Over Sandro werd twee jaar later een documantaire gemaakt, 'Ônibus 174', welke de winnaar werd van het Filmfestival van Rio de Janeiro.
Geboren in de valstrik, Sandro Rosa do Nascimento, de jongen die op 12 juni 2000 een stadsbus op de lijn 174 kaapt bij de Jardim Botânico van Rio de Janeiro. In Brazilië is de kaping beroemd: de grote tv-stations waren binnen de kortste keren ter plaatse en hebben het vierenhalf uur durende drama rechtstreeks uitgezonden. Ônibus 174 put uit die beelden. De aanpak van de politie is ontluisterend. 'Hé, kunnen jullie niet ophouden, het leidt ons af', roepen drie agenten tegen de flitsende fotografen.
Meer dan alleen een adembenemende reconstructie van de kaping - met gijzelaars, agenten en familie van Sandro - biedt de film inzicht in het leven van zomaar een straatjongen in Rio. Voor zijn ogen zag de 6-jarige Sandro hoe drie mannen met een mes zijn moeder Clarice, vijf maanden zwanger van een tweeling, vermoordden. 'De babies trappelden hard, alsof ze langzaam stikten', vertelt tante Julieta, die was gealarmeerd. Sandro had geen vader, hij stond op straat in de sloppenwijk Boa Vista.
Een klassieke favela-loopbaan ontrolt zich. Lid van een straatbende. Overvallen bij stoplichten. Lijm en cocaïne snuiven. Opgesloten in een opvoedingsgesticht. Ontsnapt. Overvallen plegen met een pistool. Meer cocaïne snuiven. Opgesloten in de gevangenis, met veertig man in een cel voor tien. Weer ontsnapt. Verlangen naar een normaal leven. En dan bevindt hij zich met een pistool aan boord van de bus.
'Dit is geen actiefilm!', schreeuwt Sandro de camera's toe, terwijl hij uit het raam leunt en een pistool tegen het hoofd van een gijzelaar zet. 'Film me maar. Ik heb niets te verliezen. Brazilië, kijk maar goed.'
'Ik ken jullie van Candelária', roept hij tegen de agenten.
De menigte scandeert, als Sandro de bus verlaat: 'Lynch hem, lynch hem!' In een politieauto knijpen ze hem even later de keel dicht, waaraan hij overlijdt.
De moraal: 'Sandro heeft gestreden om zichtbaar te zijn. Met een pistool kan zo'n jongen ons angst inboezemen en zijn bestaan terugwinnen. Hij heeft zijn leven, zijn toekomst, zijn ziel ingeruild voor een moment van glorie, voor de erkenning van zijn wezen. Het belang van dat moment is doorslaggevend om te begrijpen wat er in de hoofden van die jongens omgaat. En om er iets aan te kunnen doen.'


Close-up van de gedenksteen, voor degene met enige kennis van het Portugees.
Een zijstraat van de Avenue Rio Branco, de hoofdstraat in het centrum van Rio de Janeiro.
Ook dit is natuurlijk Rio..
Doorkijkje naar de Convento Santo Antônio, gelegen aan het Largo da Carioca ('largo' is Portugees voor plein). De bouw van deze kerk werd voltooid in 1780, doch sommige delen van de kerk stammen al uit 1615, waarmee het veruit de oudste kerk van Rio de Janeiro is. Het bijbehorende mausoleum herbergt de tombes van het nageslacht van Dom Pedro I en Dom Pedro II, de voormalige keizers van Brazilië. Toen Dom Pedro I in 1822 de Braziliaanse onafhankelijkheid uit riep, maakte hij Rio de Janeiro de hoofdstad van Brazilië. Pas in 1960 zou het speciaal daartoe gebouwde Brasilia deze rol van Rio de Janeiro overnemen.
Een straatartiest op het Largo da Carioca.
De Convento Santo Antônio, van buiten..
en van binnen.
Een bedelaarster op het Largo da Carioca.
Het Largo da Carioca, midden in het centrum van Rio de Janeiro, gezien vanaf de Convento Santo Antônio.
De 'Catedral Presbiteriana do Rio de Janeiro', de eerste 'Presbiteryan Church' (te vergelijken met de Nederlandse gereformeerde kerk) die werd opgericht in Brazilië. De kerk werd opgericht in 1862 door Ashbel Green Simoton. De kerk is 27 meter hoog.
En tenslotte de moderne 'Catedral Metropolitana do Rio de Janeiro', welke werd gebouwd tussen 1964 and 1979. De vorm van de kathedraal zou zijn geïnspireerd door de Maya pyramides van het Yucatán schiereiland in Mexico. In tegenstelling tot deze pyramides is hier echter gekozen voor een afgeknotte kegelvorm, die meer neigt naar de vorm van de door de bischoppen gedragen mijter. De kathedraal is dan ook de zetel van de kardinaal aartsbisschop van Rio de Janeiro, Eusébio Oscar Cardinal Scheid.
De kathedraal is 75 meter hoog, heeft een vloeroppervlak met een diameter van 106 meter, een toegangsdeur van 18 meter hoog en biedt ruimte aan 20.000 bezoekers.
De vier enorme glas-in-lood ramen lopen door tot aan het plafond, waar ze, wanneer men recht omhoog kijkt, zo een kruis vormen. De kegelvorm biedt bovendien een pefecte akoestiek. |
|
|
|
|
|